THE ANTLER KING brengt nieuwe plaat PATTERNS uit op 4 oktober!

In 2011 stak The Antler King hun neus aan het venster met een titelloos debuut, dat meteen op heel wat lovende recensies kon rekenen. En nu is er de opvolger Patterns, dat uitkomt na de zomer. Onmiskenbaar The Antler King en toch niet zonder meer van hetzelfde, eerder een Grote Sprong voorwaarts richting het juiste evenwicht tussen muzikaal vakmanschap en oprechte emotie.

Meer dan op de debuutplaat is The Antler King Esther plus Maarten geworden en dat is vast niet toevallig, nu ze in het echte leven ook officieel man en vrouw zijn. Waar de gitarist zich vroeger eerder op de achtergrond hield als een goeie sidekick, krijgt hij nu een nog prominentere rol toebedeeld. Dat uit zich al eens in een mean stukje fingerpicking, dan weer in (rare) geluidjes en andere geniale vondsten op synths en keys.

Met Gold Red Circles werd meteen een knaller van een zomersingle naar voor geschoven; een onweerstaanbare catchy meezinger die je na één luisterbeurt met geen stokken meer uit je hersenpan mept, en edgy genoeg om ook na augustus voor een euforische joie de vivre te zorgen. Titeltrack Patterns had in al zijn lichtjes geschifte spookiness en gefluisterde dreiging dan weer niet misstaan op een soundtrack van een David lynch-film. Patronen waar je ten goede of ten kwade in kan vastzitten vormen overigens de thematische rode draad van het album, naast beschouwingen over ouder worden en de kunst van het relativeren.

Elders grossiert The Antler King vooral in sobere akoestische (folk)pop en heerlijke meerstemmigheid. Maar laat de woorden akoestisch en samenzang u echter vooral niet op het verkeerde been zetten; Patterns bevat geen in blokhutten opgenomen navelstaarderige fluisterpop, noch kampvuurmeezingers. Dat zou om te beginnen al buiten de onverwachte stijlkeuzes én buiten de stem van Esther Lybeert gerekend zijn, die schippert tussen zwoel en krachtig, tussen episch en ingetogen.

In de zoektocht naar de essentie van Esther + Maarten werd The Antler King voortreffelijk bijgestaan door producer/sound engineer Jan Chantrain. Vanuit een doorgedreven doe-het-zelf ethiek speelden ze alle instrumenten zelf in (Esther leerde in de  tussentijd drummen), met alle imperfecties van dien en een primaire focus op een doorleefde performance. The Antler King verliest daarmee het gepolijste randje rond hun sfeervolle pop, maar wint er bakken extra charme en smoelwerk door. Net die eigenschap maakt Esther en Maarten topmuzikanten: ze gaan koppig hun eigen weg, en trekken zich bewust weinig aan van huidige muziekmodes. De rest van de wereld moet hén maar volgen.